28 juni 2020

De gelijkenis van het mosterdzaadje

Geschreven door riekje

De gelijkenis van het mosterdzaadje

De discipelen zeiden tot Jezus:
Vertel ons, waaraan is het koninkrijk der hemelen gelijk?
Hij zei tot hen: Het is gelijk een mosterdzaadje,
kleiner dan alle zaden.
Maar wanneer het valt in de bewerkte aarde
brengt het een grote plant voort
en wordt een schuilplaats
voor de vogelen des hemels.

Het Thomas Evangelie, lemma 20. Vertaling Robert Hartzema (Amsterdam, 1980).

Ik kreeg de vraag of ik mee wilde doen aan een project waarvoor een aantal mensen iets zullen schrijven over een van de gelijkenissen die in de evangeliën zijn opgetekend. Het is onderdeel van en groter project, maar daar gaat het nu niet om. Ik ben van plan iets over de gelijkenis van het mosterdzaadje te schrijven. Deze overdenking is daarvan een voorproefje.

Het is een bekend verhaaltje. In de Bijbel staan drie versies, maar ik kies nu voor de versie in het evangelie van Thomas. Veel Bijbelwetenschappers nemen tegenwoordig aan dat deze versie vrij dicht zal staan bij wat Jezus werkelijk gezegd heeft, ook al zullen ook hier de herinnering en de leefwereld van degenen die het verhaal doorgaven, een rol hebben gespeeld. Er zijn verschillende redenen waarom ik juist voor deze versie heb gekozen. Dat leg ik nu niet uit, ik hoop dat het gaandeweg wel duidelijker zal worden.

Het verhaal zal hebben aangesloten bij de leefwereld van veel van Jezus’ toehoorders, gewone mensen uit Galilea, stel ik me voor. En dat trekt mij, daar wil ik bij beginnen. Ik wil als het ware tussen de toeschouwers staan en met hen mee luisteren. Dat kan natuurlijk niet echt. Ik neem mijn wereld en mijn tijd mee. Maar ik sta daar als boerenzoon, met mijn boerenverstand, tussen mensen voor wie het leven op het land vaak nog dicht bij hun eigen leefwereld zal hebben gestaan.

Wat zal hun beeld zijn geweest, toen ze Jezus over mosterd hoorden vertellen?
(Zwarte) mosterd is een eenjarige plant die in het Midden-Oosten wel enkele meters hoog kan worden. Ik zag een foto van planten die veel meer dan manshoog waren. Maar een boom of een struik met takken wordt het nooit, de opmerkingen daarover in de versies die in de Bijbel staan, moeten – als Jezus het zo heeft verteld – verwondering hebben gewekt, of misschien hebben sommigen het zelfs als humor opgevat. In het Thomas evangelie blijft dit beeld achterwege.

Aan mosterdzaadjes werden in de klassieke oudheid geneeskrachtige eigenschappen toegekend, maar of het veel verbouwd werd weet ik niet. Het groeit in het Midden-Oosten nu op plekken die weinig geschikt zijn voor akkerbouw. Het werd ook in Nederland (in Groningen) wel verbouwd. Daar wordt het lang niet zo hoog als in het Midden-Oosten. Mosterd zaait zich gemakkelijk uit naar allerlei plekken in de omgeving. Ik las ergens, dat daarom in Groningen niet iedereen gelukkig was met die mosterdteelt. Ook de Bijbelwetenschapper John Dominic Crossan schrijft dat het een probleem is, dat het zich zo gemakkelijk verspreid, het is niet binnen de perken te houden. Of het wel geliefd zal zijn geweest als akkergewas, valt dus wel te betwijfelen.

Ik vond een foto van een mus in een mosterdplant, aan de rand van een veld met mosterd. De vogels vinden er een schuilplaats, vertelt de gelijkenis. Zou een boer daar blij mee zijn geweest? In een andere gelijkenis, over de zaaier die zaad zaaide dat op verschillende plekken terechtkwam, lezen we dat vogels kwamen en een deel van het zaad opaten…

Zo kan dit kleine verhaaltje allerlei vragen oproepen. Misschien is dat ook wel de bedoeling. Er wordt geen kant en klare betekenis bij gegeven. Wij worden uitgenodigd ons als het ware in het verhaal te begeven, zodat het zich kan openen. Misschien dient zich dan plotseling een betekenis aan voor mij, voor u. Een betekenis die we tot nu toe over het hoofd zagen.

Daarvoor moeten we stoppen met vragen. We kennen de omstandigheden die in het verhaal meespelen nu misschien iets beter en met die kennis kunnen we het opnieuw lezen. Ik nodig u uit om dat te doen, voordat u verder leest. Wat valt u nu op? Waar blijft u haken, wat triggert u?

———————————-

Op dit moment zijn er een aantal dingen die mij vooral opvallen. Allereerst de beschutting die de plant biedt, als een soort vrijgevigheid, voor wie dat daar zoekt. Vogels komen aanvliegen en vinden een schuilplaats.

Daarnaast valt mij op dat helemaal niet wordt gesproken over de opbrengst van het gewas. Heel anders dan in de gelijkenis over de zaaier. Daar brengt het graan op vruchtbare grond wel het zestig- tot honderdvoudige op van de hoeveelheid zaaigraan.

Het koninkrijk van de hemel, een wereld van recht en barmhartigheid, verspreidt zich. Soms vinden we in de gelijkenissen het beeld van een vruchtbaar gewas of van bomen die vrucht dragen. Maar er is ook dit beeld van het nederige gewas, misschien meer onkruid dan tuinplant, dat beschutting biedt aan de vogels die komen aanvliegen. Het draait niet altijd om productiviteit. Een eenvoudig gewas blijkt plotseling een heel andere betekenis te hebben. Het is er, het groeit, vogels vinden er beschutting.

De roos bloeit zonder waarom, schreef een mysticus aan het eind van de Middeleeuwen. Wij genieten van haar bloemen en geuren. Dit mosterdzaadje kwam in bewerkte grond terecht. Anders dan in de andere versies, rept het Thomas evangelie niet over het zaaien van het zaadje. Misschien viel het daar zomaar neer, zonder dat iemand er een reden voor had. Misschien was het in termen van productie nutteloos. Maar hoe dan ook, het bracht leven teweeg. Het leefde, het groeide en deelde wat het kon bieden uit aan ander leven. Zomaar. Is ook dat een beeld van Gods koningschap in deze wereld? Zou de gelijkenis (ook) daar over gaan?

Dit zijn enkele gedachten die tot nu toe bij mij zijn opgekomen bij het opnieuw lezen van deze gelijkenis, dit verhaaltje van maar enkele zinnen. Ik blijf het nog een tijdje met mij meedragen. Wie weet wat zich nog aandient. En misschien komen bij u nog heel andere gedachten op.

Jan van Belle

Gerelateerd