19 februari 2026

Zacht en verschillig worden

Geschreven door Antje van der Hoek

Laatste groet voor een eenzame dode

Sinds 2002 bestaat er in Amsterdam een bijzonder project. Een aantal dichters sloot zich aaneen  om zogeheten ‘eenzame doden’ een laatste poëtisch saluut te geven. Inmiddels bestaat dit ook in andere Nederlandse en Vlaamse steden. Er wordt een gedicht geschreven, passende muziek  uitgekozen en iets van iemands’ levensloop achterhaald. Ten behoeve van een uitvaartplechtigheid waarvoor niemand anders meer komt opdagen. Omdat de overledene geen mens meer op de been weet te brengen. Hij of zij was bijvoorbeeld al sinds jaren aan de drugs of drank. Had zichzelf van het leven beroofd. Zwierf al sinds jaar en dag door de stad. Was het slachtoffer van een misdrijf, eenzaam of illegaal. Geen mens, is de gedachte, verdient het immers om betekenisloos te verdwijnen. Iedereen heeft een onvervreemdbare geschiedenis, die het waard is om overpeinsd te worden. Ook al zijn de woorden gesproken door iemand die hem of haar nooit hebben gekend. Elk mens verdient een waardig en respectvol afscheid. Ook wie het ontbreekt aan familie, vrienden of een sociaal netwerk.

Zevende werk van barmhartigheid

De ‘dichters van dienst’ zullen het waarschijnlijk niet zo noemen, maar het begraven van de doden is één van de ‘zeven werken van barmhartigheid’. De zevende en laatste om precies te zijn. Opmerkelijk is evenwel dat hij in de reeks uit het Mattheüsevangelie niet wordt genoemd. Wel het voeden van hongerigen. Het laven van dorstigen. Het opnemen van vreemdelingen. Het kleden van wie geen kleren heeft. Het bezoeken van zieken en gevangenen. Het was een later idee, ontdekte ik, van de Middeleeuwse paus Innocentius III (1161- 1216). Ook het begraven van de overledenen hoorde volgens hem in deze reeks. Het getal ‘zeven’ is dat van de volheid en zou de reeks compleet maken. Met alle pestepidemieën uit die tijd kon ‘het begraven van doden’ bovendien zonder twijfel ‘een werk van barmhartigheid’ worden genoemd. Zo zijn ze vaak ook afgebeeld: zeven goede werken op een rij. Zoals die van de meester van Alkmaar hierboven. Aandoenlijk genoeg plaatste hij die tegen het decor van een middeleeuwse Hollandse stad, inclusief trapgeveltjes. Waarbij, als je goed kijkt, Jezus bij  ieder werk van barmhartigheid tussen het volk opduikt. Want ‘alles wat  jullie voor één van deze geringste mensen hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan’ (Mt. 25: 40).

Zeven werken van barmhartigheid van de Meester van Alkmaar (1504)

Kansen tot inkeer

We beginnen aan de veertigdagentijd (18/2 – 2/4), die jaarlijkse periode van bezinning en verdieping voorafgaand aan Pasen.  Die ons ‘kansen tot inkeer’ wil bieden. Om ons te concentreren op wat wezenlijk is in ons leven. Om stil en aandachtig te worden. Want we staan, zoals de joodse denker Abraham Heschel al halverwege de jaren vijftig inzag, vaak met onze rug naar het Mysterie, dat ons leven omvat.  Sprekend over het gebed zei hij dat we er domweg niet toe komen. ‘Wij bespelen de holle vaten van de zelfzucht in plaats van ons open te stellen voor de stilte die de wereld omvat’. Om te vervolgen: ‘zou het niet de moeite waard zijn onze geldingsdrang even te beteugelen en stil te zijn, om te luisteren naar de hartslag van het wonder?’

Digitale detox

Er zijn echter misschien wel meer dan ooit bronnen van afleiding om ons heen. Meer dan ooit wordt onze aandacht gekaapt. Door technologie die ons in allerlei konijnenholletjes wil meetrekken. Waardoor we onze ‘kansen tot inkeer’ eens te meer moeten bevechten.

Zeker als het om uitlatingen op sociale media gaat, kan het er vaak hard en onverschillig aan toe gaan. Maar dat hoeft ons er niet te weerhouden te proberen zacht en verschillig te worden. Om bewust te verstillen. Meditatie- of gebedsmomenten te zoeken. Ons minder te laten afleiden door onze smartphones (ik spreek uit ervaring …), met die merkwaardige, maar vaak ook onweerstaanbare mix van nieuwsberichten, reclame, katten- en apenfilmpjes.

Twee kanten van dezelfde medaille

Om zo de weg naar binnen te gaan, naar de bodem van de eigen ziel. Een weg, die overigens ook weer naar buiten wijst. Naar onze verantwoordelijkheid voor onze medemens. Vooral als het hem of haar minder goed gaat. Al heel vroeg werd die eenheid van spiritualiteit en solidariteit in de kloosterregel van Benedictus benadrukt. Met eenvoudige woorden: ora et labora, bid en werk. Het zijn eigenlijk twee kanten van dezelfde medaille. Als vanzelf doemt dan ook dat handzame lijstje op van die zeven werken van barmhartigheid. Om onze verschilligheid vorm te geven. We hoeven slechts iets te kiezen dat bij ons past. 

En, telkens wanneer we daarin slagen, doemt Jezus’ geest onder ons op. Zoals die Jezusgestalte op de schilderijen van die anonieme Noord-Nederlandse schilder.

Over Antje van der Hoek

Antje van der Hoek

Antje van der Hoek is remonstrants predikant in Den Haag.

Gerelateerd