23 maart 2020

Vasten – hóe dan?

Geschreven door Gerdienke Ubels
Inspiratie Foto: Yann Caradac Vasten – hóe dan?

Nee, van ‘de vastentijd’ wist ik niets toen ik in de jaren ’80 met m’n gereformeerde hoofd in een oecumenische studentengemeente belandde. Lijdenstijd, ja dat woord kende ik wel en daar hoorde een nogal onbenoembare zwaarte bij. Ik herinner mij het bedremmelde gevoel waarmee ik in de rechte houten kerkbanken van mijn jeugd had gezeten, niet wetend wat ik aan moest met al dit hevige lijden ván iemand, vóór ons?!

In de oecumenische ecclesia gingen vele geloofsdeuren open, en voor mij als vatbare en taalgevoelige twintiger waren het vooral de deuren van de liturgie die me ruimte gaven. Dat elke zondag z’n eigen karakter had! Dat in de veertigdagentijd sommige gebeden juist níet gebeden werden, en andere teksten juist wél! Dat er palmtakken waren op Palmpasen, dat we op witte donderdag de maaltijd deelden, gewoon met brood en koffie, dat we elkaars handen wasten. Dat we op paasochtend het vuur naar binnen brachten, na een lange lange nacht waken, en dan: zingen, zingen, ZINGEN!!

Boete?

Ja, ik had het er best druk mee in die tijd: schrijven, denken, voordragen, diensten vormgeven, hele prachtige cycli rond. Ik leerde, ik probeerde, ik slurpte alle teksten en ideeën op, het vormde me, het wonder van de taal lokte me en trok me verder. Ik voelde me meegenomen in een Veertigdagentijd vol verhalen van Jesjoe-Jezus die mens was geweest, tot het einde gegaan, tot in de dood – … en daarna: iets van licht, een raadsel?

Maar nog bleef iets onbenoemd, onaangeraakt, onbenaderbaar. Want wat was dan toch dat ‘vasten’? Als oefening? Dat je jezelf in het dagelijks leven dingen zou ontzeggen, maar waarom dan? Als boete zeker? Maar waarvoor precies? En wat zou dat dan helpen, doen, veranderen? Hóe dan?

De weg naar binnen

Tot ik, in weer een ander stuk leven, in het boeddhisme de weg naar binnen leerde, intensieve vipassana-meditatie de volgende deur opende – die van de stille beoefening van opmerkzaamheid. Geen mooie woorden meer, geen taal om in te verschuilen. Beoefening: langzaam en met mildheid de moed ontdekken om te kijken naar wat er is, wat er echt nu is – en niet meer weg te lopen.

Daar leerde ik vasten: op allerlei manieren afzien van verlangens, sommige groot, andere klein, sommige tijdelijk andere steeds langer en vaker. Afzien van verlangens: niet omdat ze slecht zouden zijn, of om boete te doen. Maar omdat door ervan af te zien, je pas begint op te merken hóe en hoe váák ze je ongemerkt in hun greep hebben, hoe ze je gedrag bepalen, hoe ze je commanderen en hoe onvrij je bent.

Beschikbaar zijn

Vasten, om te ervaren wat er gebeurt als die onvrijheid vermindert. Hoe het lichter wordt, vrijer, rustiger en eenvoudiger. Hoe heilzaam dat is – niet omdat je jezelf de dwang oplegt om ergens vanaf te zien, maar doordat een eerder onopgemerkte dwang steeds minder grip krijgt. En hoe je dan méér beschikbaar bent voor het leven – minder voorwaarden stelt, minder nodig hebt.

Kun je daar een navolging van Jezus in zien? Hij preekte dezelfde innerlijke weg. Wat betekent dat voor ons? Dat ontdekken we door de weg te gaan. Ik ben nog steeds, alweer, opnieuw, aan het ontdekken.

Over Gerdienke Ubels

Gerdienke Ubels

Gerdienke Ubels is remonstrants predikant in opleiding

Gerelateerd